Het is een warme en zonnige zaterdagochtend in Maiduguri, Nigeria. Habiba Hamisu (30) en haar 9-jarige dochter Husseina zitten langs de kant van de weg om hun zelfgemaakte lokale gerecht masa te verkopen, niet ver van het vluchtelingenkamp aan de rand van het stadje.
Habiba heeft de koelte van een grote boom opgezocht om eronder te zitten, terwijl ze wacht op klanten die langskomen op weg naar hun werk of de markt. Op zaterdagen en tijdens schoolvakanties gaat één van haar vier kinderen mee om te helpen.
Vijf jaar geleden zag haar leven er heel anders uit. Toen werd ze gedwongen te vluchten uit haar dorp Koshebe, om bescherming te zoeken tegen Boko Haram-rebellen. Haar man werd gedood bij een aanval toen hij op de rijstvelden werkte. Samen met haar zieke moeder zocht ze haar toevlucht in het vluchtelingenkamp Gongulong, waar ze een jaar lang in een tent woonde.